Wegdromen

Margreet is eerder opgestaan. Misschien om zelf het maximale uit de dag te halen, maar het kan ook zijn, dat zij Felix een paar uur extra in hun bed gunt. Het is tenslotte zaterdag. Met een kopje thee en de krant op het nachtkastje en een gulle ‘blijf nog maar lekker even liggen’ heeft zij Felix achtergelaten in hun beider matraskuiltje.

 

Als Felix de images-1kans krijgt, blijft hij zo lang als mogelijk hangen in het ijle land van half-zijn. Daar waar werkelijkheid en droom zich met elkaar verbinden. Daar leeft Felix in vreemde beelden en belevingen, die hij moeiteloos aanvaardt als de realiteit. Slechts als hij even moet verliggen of een ver geluid moet horen, komt hij vluchtig bij. Het denken ligt al op de loer. Het niet weten er te zijn, wiekt weg naar warme oorden. Felix wil het tegenhouden. Hij wil niet denken. Uitslapen vindt hij niet genoeg. Hij wil terug naar waar hij was gebleven. Met een beetje geluk valt hij terug in het leven dat hem overkomt. Het ongedeelde leven, dat pas droom wordt bij het wakker worden. Na een uur of wat, want dan moet Felix plassen. Onverbiddelijk moet hij zich weer verzoenen met het dagelijkse. Hij strekt zich daarvoor uit en gooit het dekbed van zich af. Bevrijd van wat hij droomde: een benauwde wereld waarin hij haast verdronk. Zijn lichaam herinnert zich nog het zuurstofgebrek en de wanhopige zwempogingen. Een restje angst is blijven hangen in het beddengoed. Felix vraagt zich af waar al die gedroomde werkelijkheid toch vandaan komt? En vooral, hoe het zo waar kan lijken?

Nog niet zo lang geleden werd Felix door zijn krant geïnformeerd over de grote hoeveelheid Polen die plotseling aan het verdrinken was. Te weinig zwemkunst, te veel drankgebruik, onbekendheid met de stroming en een fatale onbezorgdheid.

De krant had het hele proces om van ontspannen zwemmer tot een drenkeling te geraken in beeld gebracht:

De ontspannen zwemmer begint met een angstgevoel dat zich ontwikkelt tot paniek. Van ‘ik kan niet zwemmen’ tot ‘help, ik verzuip’. In die staat ga je gek met armen en benen om je heen slaan, maar dat helpt niets en kost veel energie. Doodmoe word je daarvan. Je lichaam maakt CO2 aan, maar wil zuurstof hebben. Als een idioot ga je ademhalen, maar je krijgt water in je keelgat. Daar ga je natuurlijk behoorlijk van hoesten, je paniek wordt groter. Je hapt nog steeds naar water terwijl je meer zuurstof nodig hebt. De lage luchtwegen sluiten de longen af en dan stroomt het water natuurlijk naar de maag , het moet ergens naar toe. Uitgeput door het gevecht raakt het verkrampte lichaam bewusteloos en de (keel)spieren ontspannen. De longen stromen vol en het slachtoffer stikt.

De krant illustreerde dit proces met heldere tekeningen in mooi blauw water.

One thought on “Wegdromen”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.