Pero un perro..

Ik was er niet voor en ik was er niet tegen. Ik ga gewoon mee. Naar mijn mening wordt wel gevraagd, maar niemand verwacht een antwoord en daarom geef ik het ook niet. Een beetje verbaasd de baasjes aankijken, daar blijft het vaak bij. Blijkbaar is dat ook voor hen voldoende, want volgend op hun vertedering over de blik in mijn ogen, doen zij gewoon hun eigen zin. Die overigens nog weleens wil wisselen. Na weken van slepen met hun spullen, waarbij ik mijn eigen kussen, bak en voer nog redelijk uit hun verhuizende handen kon houden, verlieten wij ons huis en togen naar elders. Eerst naar Doetinchem, maar al ras naar het zuiden, naar Spanje. Ik weet dat omdat zij mij al eens eerder dat kunstje hebben geflikt, maar toen waren wij na negen maanden terug op ons nest. Het heeft er alle schijn van dat zij dit keer een verhuizing hebben gearrangeerd die onherroepelijk is. Ik kreeg dat idee ook omdat zij mij uitgebreid de gelegenheid gaven om afscheid te nemen van Suusje, die leuke meid van de overkant. Een foto, meer heb ik van haar niet overgehouden,. Maar ik klaag niet, want mijn hang naar avontuur is groter dan mijn bindingsbehoefte. Ook al is het teefje nog zo leuk en aanhankelijk.

Terug naar de achterbank waarmee ik over de snelwegen joeg. Voorheen redelijk comfortabel, maar nu niet meer dan de Spartaanse bankjes in een derde klas treincoupé. Tegen twee gruwelijk harde koffers aanhangen is niet bepaald gerieflijk. Gelukkig deden de baasjes het rustig aan. Geen gejakker: één overnachting in Frankrijk, twee overnachtingen in Spanje, waarbij ik het verblijf in de Pyreneeën werkelijk geweldig vond. Prachtig uitzicht en plenty bomen om tegen aan te piesen. Zwaar bewolkte luchten vind ik prachtig en ik kick op grote bergen, waar mijn eigen hopen bij in het niet vallen.

Voort ging de reis. Aan de warmte was niet te ontkomen en meestentijds lag ik een beetje stijf en versuft op de achterbank te dommelen. Mijn aanwezigheid vervaagde in het vrolijke gekwetter van W&M over hun toekomstige lotgevallen. Als ik het moest geloven zou er een wereld open gaan. Met een half oor en een glimlach op mijn snoet hoorde ik hun optimistische vooruitzichten aan. Ik probeer ze een voorbeeld te geven door genoegen te nemen, zelfs tevreden te zijn met hoe en wat er is, maar het zit er gewoon niet in bij mensen.

Aangekomen in de Axarquía konden we meteen een villa bewonen in Salobreña. Hadden zij allemaal al van te voren geregeld. Prima huis in een zogenaamde ‘urbanizacíon’, wat een eufemisme is voor veel huizen bij en naast elkaar. In dit geval tegen de berg aan. Relatief weinig tuin en veel muren langs de weg, maar met een prachtig uitzicht op zee. Nou ben ik niet zo’n zee liefhebber, maar al helemaal niet als het strand verboden gebied voor mij is. In de tuin van ‘villa prachtig’ mocht ik ook al niet vrijuit rennen, want daar staan weer allemaal planten die mij verschrikkelijke jeuk kunnen en hebben bezorgd. Vier keer per dag sjouwt M  de berg met mij op en neer. Normaal gesproken geneer ik mij kapot om mijn behoefte op straat te doen, maar het kan hier niet anders. Zo onopvallend mogelijk verpakt M mijn poep in een plastic zakje en brengt het keurig naar huis of afvalbak. Ik blijf het ongemakkelijk vinden, maar hij schijnt er geen moeite mee te hebben. Sterker nog hij ziet het hele ritueel als een prima conditietraining. Beneden aan de berg eet hij een appeltje met uitzicht op zee, soms zegt hij dat hij wel 20 dolfijnen heeft gezien, en dan weer berg op met een paar lastige klimmetjes. Perfect voor de beenspieren. Gelukkig heb ik vier poten en een betere conditie dan M.

Voor de rest niets dan goed over ons verblijf. W omringt mij met genegenheid en voedsel voor het lijf en ik rust veel in het dagelijkse zonnetje. Het begint nu gelukkig wat minder warm te worden (24°) en de avonden koelen de ruimten, zonder dat het herfstachtig fris wordt. Dat is wel wat anders dan in Dieren, veronderstel ik.

De afgelopen weken hebben wij overal in de buurt naar huizen gekeken. Dat wil zeggen, ik kon buiten in de schaduw aan de boom liggen, terwijl W&M vrolijk Engels koutend met de makelaar en soms de eigenaar het huis doorspitten. De ene makelaar was nog niet weg of de ander stond al weer klaar. Ik heb nog nooit in zoveel verschillende SUV’s gezeten. Berg op, berg af, over asfaltwegen en modderpaden, met ravijnen en zonder vangrail, hoogte- en dieptepunten, ik kon op het laatst geen huis meer zien en zou alles best hebben gevonden als mijn mening gevraagd zou worden. Tegen vreemde honden blafte ik nog weleens, maar zonder enige overtuiging. Ik was voortdurend op hun terrein en zelf had ik niets te verdedigen. Zo gauw we terug waren in de Volvo begon de evaluatie van het bezoek aan Engelsman zus en Zweed zo. Voor en tegens werden uitgewisseld en de eerste voorkeuren werden in de week gezet, klaar om voor onenigheid te zorgen. Wonderlijk genoeg viel dat in de praktijk wel mee. Gelukkig heb ik er weinig verstand van en leef ik niet meer dan vijf minuten voor- en achteruit. Dat zouden W&M ook wat meer moeten doen.

Hoewel ik erbij blijf dat je eerst moeten blaffen en daarna kunt zien of er plaats is voor een vriendschap, maken W&M al bij het minste geringste contact een begin van vrienden. Meestal gaat dat via mij. De mensen vinden mij cute en quapo en dan is het gesprek snel op gang gebracht. Soms moet ik dan kennismaken met de hond van de vreemdelingen, een Corgi, Engelse bulldog of een ‘geredde’ Podenco . Ja, het zijn mijn merken niet, maar de baasjes vinden het fijn als ik aardig tegen ze doe. Ze heten Rosie, Paco of Berta maar ze halen het niet bij Suusje.

Enfin, de prachtige ochtenden en avonden verstrijken, de dagen stranden in schilderachtige schoonheid en de zee ligt onverstoorbaar van bergvoet tot kim.

Wij gaan verder en misschien een volgend keer vanuit een eigen huis.

Porque ir?

Het werd tijd om de twee rozen te verpotten en de pot op een andere plek te planten. De stokroos en de Spaanse roos deelden al achtentwintig jaar dezelfde aarde en nog was de grond waarin de twee verenigd waren, niet schraal of zuur te noemen. Hoewel minder frequent kwamen steeds nieuwe knoppen tot bloei, die hun kleur en geur met vrienden en buren deelden. Al dan niet wilde scheuten kwamen en gingen. Slechts één overleefde het strenge snoeiregime en is als pioenroos een eigen leven gaan leiden. En succesvol.

Nou zeggen veel mensen, ook zij die er verstand van hebben, dat je rozen in hun eigen pot moet laten staan en ze niet op oudere leeftijd uit hun vertrouwde aarde moet halen. De wortels vormen een ingewikkeld stelsel dat de rozen door de jaren heen verbonden en gevoed heeft. Dat stelsel kun je makkelijk bij het verpotten beschadigen en dat levert zeker geen langer of beter leven op voor de rozen.

Andere deskundigen zijn het tegenovergestelde van mening. Vooral de oudere rozen zijn gevoelig voor schimmelziekten die vaak in de potgrond genesteld zijn. Juist het snoeien en verpotten van oude en stokoude rozen levert kracht en nieuw elan voor de bloei op. Anders dan vele andere bloemen en planten wortelt de roos niet in de breedte, maar in de diepte. Bereiken de rozen het dieptepunt van hun pot dan stopt hun groei en juist dan zal een totale verplanting hen ten goede kunnen komen. Natuurlijk is een dergelijke aanpak niet zonder risico en er zijn ook rozen die deze transitie niet overleven. Doen zij dat wel (en dat is voor een groot deel ook afhankelijk van het karakter van de roos) dan groeit er altijd iets moois uit. Rozen houden van zon, een wijds uitzicht en een goede luchtcirculatie. De stokroos en de Spaanse roos zijn daar geen uitzondering op en dus gingen zij.