Twintigtallen

Het gaat redelijk goed met onze voetbalclub. Geen grote schulden, niets uit de kas gejat en geen omkopingsgeruchten. De jeugd is groeiend en het eerste doet het goed. De selectie is mooi uitgebalanceerd, goeie mix van ervaring en overmoed, van technisch begaafd en onverschrokken inzet. Wij zijn een gevreesde middenmoter, zou je kunnen zeggen.
Op de onlangs gehouden buitengewone ledenvergadering (het bestuur wilde onze mening) vertelde de voorzitter, dat vanuit de KNVB het verzoek was gekomen om de elftallen voortaan uit minimaal 20 spelers te laten bestaan. Met uitzondering van het eerste en tweede elftal, kortweg de selectie genoemd.
‘Door dvoorzittere ernstige verruwing van het voetbal elders wordt de KNVB geconfronteerd met een enorme toename van het aantal lidmaatschapsaanvragen. Er zijn echter hoegenaamd geen elftallen meer beschikbaar om die nieuwe leden te plaatsen. Aangezien er geen ruimte voor extra speelvelden meer is, moet de oplossing in de diepte gevonden worden en niet in de breedte,’ aldus onze voorzitter.
Wat hij precies bedoelde met breedte en diepte wisten wij niet.
‘Dat is ook niet nodig,’ zei hij, ‘waar het om gaat zijn twintigtallen voortaan in plaats van de vertrouwde elftallen.’
Alsof ik alleen in de kantine was, zo stil was het. Kort. Daarna brak een onthutsend tumult los. De leden schreeuwden door en over elkaar heen. Misschien was het verontwaardiging of afschuw, misschien was het angst of onwetendheid, of uit een opkomende paniek en onzekerheid. De leden dachten aan hun wekelijkse partijtje voetbal, hun positie in en buiten het veld, hun vriendenelftal en hun derde helft, tot en met de 14 lockers en de zeven douches in elke kleedruimte. Men vreesde alles te moeten opgeven. En dat voor wild vreemden die zo nodig bij hun cluppie moesten voetballen. ‘Waarom niet ergens anders?’
‘En waarom mag de selectie met elf man blijven spelen?’
‘Zijn zij soms te goed of zijn wij niet goed genoeg?’ schreeuwde een recalcitrant lid.
‘Meer of minder elftallen? Wat willen jullie: mééér of minder?’
‘Meer, meer, meer, meer,’ scandeerden de trouwe leden.
‘Schande,’ riep iemand en ‘Aso’s,’ een ander.
Argumenten voor en tegen vlogen als een herfstzwerm spreeuwen, zwenkend van links naar rechts en van beneden naar boven door de kantine, steeds van kleur en vorm veranderend.
De penningmeester probeerde de negatieve stemming met de macht van de getallen enigszins te beteugelen: ‘Stel je voor, een verdubbeling, niet alleen van leden, maar ook van contributie inkomsten. En ach, voor de meeste elftallen maakt het toch niet zo veel uit 11 of 20. Sterker nog, het wordt veel makkelijker, veel minder lopen,’ grapte hij.
Verontwaardiging bij de echte liefhebbers van het spelletje natuurlijk.
De clubtrainer wierp tegen:
‘Door de kwantiteit zal ook de kwaliteit achteruit gaan. De match zal eruit gaan. Opeens hebben we 10 aanvallers of 13 verdedigers in één elftal. Ok, in een team dan. Of 15 ouderen met vijf jongeren, ik noem maar wat, 15 hardlopers en vijf verdedigers. Dit vraagt om een hele ander systeem, een heel andere spelopvatting.’
Het bestuur onderstreepte nog eens dat het verzoek onmogelijk afgewezen kon worden.
‘We móeten elkaar helpen,’ zat hij voor.
De zaal reageerde als een rolbliksem, ongecontroleerd, verschroeiend en frontaal over het bestuur heen. Beduusd deinsden zij achteruit en de mevrouw van de koffiekopjes zocht ijlings de weg terug naar haar pantry.
Onze voorzitter probeerde nog iets redelijks in de discussie te brengen, maar dat ging jammerlijk verloren in de zee van emoties. Het lukte hem nog wel om af en toe wat aandacht voor een uitleg te krijgen, maar het vuur smeulde onderaards verder om de korte stiltes te gebruiken als zuurstof voor de felle uitslagen.
Wat er verder die avond gezegd en gezwegen werd, is het vermelden niet waard. Zou zelfs onze club een slechte naam kunnen geven. Om half twaalf werd de vergadering afgehamerd. Voor de volgende week woensdag werd een nieuwe bijzondere ledenvergadering gepland. Voor de zekerheid was het buffet een half uur eerder al gesloten.
Het zal mij benieuwen of en hoe we hier uit komen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *