Boommanagement

Waar ik woon staan heel veel bomen. Jong en oud, groot en klein. U mag het gek vinden, maar ik (en niet als enige in mijn buurt)spreek met bomen, net als Irene. Ik beeld mij in dat de bomen ook met mij praten. Ach, een aantal van deze gabbers ken ik al zo lang dat je best van een relatie mag spreken.

Vier woranjestipeken geleden zag ik dat drie bomen waren geblest met een rode stip op de stam. Dat wil in onze buurt zeggen dat onderzoek gaande is en dat in het uiterste geval de bomen gekapt kunnen worden.‘Kan dat zomaar,’ zei ik verbaasd en met lichte verontwaardiging tegen mijn buurman, ‘die bomen zijn nog hartstikke gezond?’ ‘Het schijnt in opdracht van het boommanagement te gebeuren,’ zei de buurman, ‘begrijpen doe ik het niet, maar het zal wel nodig zijn.’

Nog geen twee dagen later stonden hoge schuttingen om de drie bomen. Zij waren volkomen aan het zicht onttrokken en achter de schutting vermoedde ik, afgaande op allerlei zaag- en schaafgerucht, diepgaand ‘onderzoek’. De buurt was in rep en roer en menigeen sprak schande van de aanpak. Hoe haalden het boommanagement het in vredesnaam in hun hoofd om de bomen zo van ons te isoleren. Wat moet er wel niet aan de hand zijn om zo’n aanpak te rechtvaardigen?

Nog een dag later viel er een briefje in onze brievenbus. Het was het boommanagement opgevallen dat er nogal wat onrust in de wijk was ontstaan en zij wilde graag een toelichting geven.

Vele buurtbewoners waren aanwezig op de betreffende bijeenkomst en wat bleek; het boommanagement had klachten ontvangen over de bomen. Klachten die zo ernstig waren dat een onderzoek op zijn plaats leek.

‘Wat voor klachten zijn dat dan wel en van wie?’ riep iemand. En een ander: ‘Ik heb gehoord dat er in de bomen gekerfd en gezaagd is. Had dat niet wat minder gekund, met iets meer prudentie?’ ‘Die klachten moeten wel verdomd ernstig en nog waar zijn ook. De bomen moeten bijkans van binnen helemaal verrot zijn’, riep een derde, ‘en dat weiger ik te geloven.’

De gemoederen raakten behoorlijk verhit. Meer dan 30 jaar stonden die bomen al in onze buurt en met verve, aan hun karakter mankeerde niets. Zij hadden recht op enig krediet.

‘In het belang van het onderzoek, kan ik de aard van de klachten niet precies zeggen, maar het is wel ernstig. Ik begrijp jullie ongerustheid, maar neem maar van mij aan dat het meer is dan overmatig bladval’, zei de boommanager. ‘Er zijn tijdens het onderzoek onder andere slijmsporen gevonden van de ‘ritsige snoefrups’ en dat zegt genoeg. Stel je voor dat de hele wijk besmet raakt en dat de media daar achter komen. Wie wil er dan nog in die buurt van jullie komen? En wie krijgt dan schuld?’

‘Stel je voor dat er helemaal geen besmetting is,’ riep ik recalcitrant. Blijkbaar wilde het boommanagement ten koste van alles voorkomen dat hen verweten zou kunnen worden niets gedaan te hebben tegen het slijmspoor. Imagoschade moest voorkomen worden of op z’n minst beperkt. ‘Ter geruststelling: het onderzoek wordt uitgevoerd door het bureau ‘Zwabberaar en Vatenmaker’ en die worden alom erkend en geprezen. Zij hebben de expertise om de bomen zowel te onderzoeken, als te begeleiden. Wees gerust en heb vertrouwen,’ bezwoer het boommanagement.

‘Maar ondertussen worden de bomen wel al ernstig beschadigd?’ zei een buurtgenoot.‘In het belang van het onderzoek,’ repliceerde de boommanager, ‘en in het belang van de bomen zelf en daarmee ook in het belang van de hele buurt.’ Wat een gelul dacht ik: ze beschadigen de bomen en zeggen ook nog dat het voor hun en ons eigen bestwil is.

Veel concrete informatie hebben we verder niet gekregen. Wel veel begrip voor onze opwinding en verontwaardiging, én aansporingen toch vooral goede buurtgenoten en natuurliefhebbers te blijven. Het boommanagement zei zelfs blij verrast te zijn met zoveel betrokkenheid, aldus de woordvoerder.

De daaropvolgende weken groeide het onderzoek in omvang en diepte: Bij de bomen werden takken verwijderd, oude vogelnestjes werden weggehaald en in het lab onderzocht. Boomwortels werden met moderne onderzoeksapparatuur op foute sappen gecontroleerd. Stammen werden gecontroleerd op raszuiverheid en foutieve invloeden. Ook belendende bomen werden in het onderzoek betrokken. Niet meer door dat ene bekwame bureau, maar door meerdere en nog bekwamere bureaus. Van enige begeleiding van de bomen was natuurlijk geen sprake. Daarentegen was er wel een crisisteam geformeerd dat alle commotie moest kanaliseren. Op het buurthuis werd een meldpunt en een opvang voor verontruste bewoners ingericht. Regelmatig werden persberichten gepubliceerd.

Onze verontwaardiging groeide.

In een hopeloze poging de aanzwellende kritiek op het onderzoek te pareren , zei het boommanagement dat de verdachte bomen ook in het verleden meerdere malen een forse tak hadden laten vallen. Uit het onderzoek was gebleken dat één der bomen een behoorlijke scheefgroei had meegemaakt en een andere boom had met zijn ongebruikelijk grote wortelstelsel van het strakke asfalt een hobbelig zooitje gemaakt. Een derde boom had met zijn takken niet van een andere boom af kunnen blijven, waardoor die onvoldoende zou hebben kunnen groeien. Allemaal aanwijzingen dat er echt wel wat aan de hand was.

Aan het eind van een tweede buurtbijeenkomst stonden wij er een beetje beduusd en uit het veld geslagen bij. Gistend onbegrip over de gewelddadige en massieve aanpak , de aanhoudende onduidelijkheid over onderzoeksdoelen en onderzoeksbevindingen en een groeiende loyaliteitsproblematiek maakten van ons doorgaans verstandige en redelijke buurtbewoners, een gissend en analyserend stelletje opgewonden opstandelingen.

Ondertussen ging het onderzoek naar de verdachte bomen onverdroten verder. Veel buurtbewoners namen aan dat er wel degelijk sprake moest zijn van een ritsige snoefrups of op z’n minst een of andere gevaarlijke bacterie. ‘Anders zou het boommanagement toch niet zo uitpakken? Wat moet dat niet allemaal kosten? Dat doe je niet voor een relatief onschuldig kevertje. Neen, hier is iets heel ernstigs en bedreigends geconstateerd.’, zeiden mensen.

Een paar dagen geleden bestormden zeven stoere kerels met ladders en elektrische zagenredmij onze straat. In no time werden achter de schutting de drie bomen neergehaald. Onmiddellijk werden zij op grote vrachtwagens afgevoerd en slechts drie droevige lege plekken, diepgeworteld in meters dikke spijt, bleven over. De buurt was ontdaan. En niet alleen van bomen.

Nog dezelfde avond werd onze buurt door de boommanager verzameld in de grote zaal van het dorpshuis. Wij zouden geïnformeerd worden over de bomenkwestie, waarbij naast het boommanagement, zowel de onderzoekers als de voorzitter van het boomkwekersgilde aanwezig zou zijn.

Nu zouden wij het te weten komen, nu zouden we de achtergronden en motieven horen, nu zouden we eindelijk begrijpen. Wij waren vol verwachting met een nare smaak van wantrouwen op de achtergrond.

De voorzitter nam het woord en vertelde ons dat de bomen waren omgezaagd. Hij zei dat wij niets te vrezen hadden. Het onderzoek zou worden voortgezet om het geheel in kaart te brengen. Hij zei dat wij niets te vrezen hadden. Hij kon niets zeggen over de achtergronden van het brute vellen van de bomen, noch kon hij vertellen wat het geheel behelsde, maar wij moesten wel vertrouwen hebben. Hij kon helaas geen verdere uitleg of toelichting geven, vooral uit privacy overwegingen, maar hij drukte ons op het hart dat wij niets te vrezen hadden.

Hoe wij ook probeerden van links, van rechts, van boven of van onderen er bleek geen ingang naar informatie te zijn. De onderzoekers ontbraken opvallend, zonder dat daar enige verklaring over kwam. Ook dat kanaal bleek onbevaarbaar.

Om half elf zei de voorzitter van het boomkwekersgilde: ‘Het is helaas tijd, ik moet het hierbij laten.’

Tot op de dag van vandaag is het onrustig in ons dorp. De stemming is gelaten en opstandig, al naar gelang wie je treft. Veel dorpsgenoten bekijken de bomen in hun tuin met argusogen. Misschien is er iets te zien is van een rupsje, een insect of een bacterie. Bewoners uit andere dorpen komen in het weekend bij ons kijken en roepen: ‘pas op, kijk uit, een verschrikkelijke snoefrups vliegt hier rond’ en dan lachen zij smakelijk.

Er zijn berichten ddroeve boomat een comité van buurtbewoners een rechtszaak wil aanspannen om het boommanagement te dwingen de bomen terug te planten, maar dat is natuurlijk een hopeloze missie. Iedereen begrijpt dat je in stukken gehakte bomen niet terug kunt zetten. Maar ja, je wil toch wat doen.

 

 

One thought on “Boommanagement”

  1. Heerlijk stukje er kan niet genoeg over dit gedrag van overheden en bedrijven geschreven worden. Het is namelijk een gevaar voor de volksgezondheid.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *