Spullen

Ongelooflijk hoeveel rotzooi je in 20 jaar naar je hol sleept. Het is de hoogste tijd om de vrouw en mijzelf bij de haren te vatten en naar de volgende woning te slepen. Eindspullenelijk zal er dan opgeruimd worden. Kelder, zolder, kasten en laadjes, bergruimten, achter en voor de knieschotten, kisten en dozen, overal blijken wij zogenaamde ‘spullen’ te hebben. Handige spullen, maar ook -en veel- vergeten spullen. Spullen die nog weleens van pas kunnen komen en spullen die absoluut niet weg mogen.
Als teken van welwillendheid jegens elkaar spreken wij net zo over opruimen als over fitness en minder suiker gebruiken. Of over minder vlees en vroeger naar bed met minder alcohol. Mooie praatjes, maar er komt niets van terecht. Het heeft onze aandacht, maar aangepakt wordt het niet. Al heel lang kan het zo niet langer.
Maar bij een verhuizing is opruimen onvermijdelijk. Het moet gewoon van ons:
‘We kunnen toch al die rotzooi niet steeds met ons mee slepen?’
‘Ho eventjes, jouw rotzooi, hè. Ik heb geen rotzooi.’
‘Goed mijn rotzooi en jouw spullen, maar weg moeten ze.’
Even onvermijdelijk als de opruiming zelf is de ruzie eromheen. De aanklager en advocaat in mijn hoofd vecht met evenveel recht als het juridisch duo in het hoofd van mijn vrouw. Zij argumenteren tegen en doorelkaar en de gevoeligheden worden niet gespaard.
‘Dat kastje is nog van mijn vader geweest.’
‘Alsof je altijd blij bent met wat je van je vader hebt gekregen.’
Zorgvuldig wordt van elke genomineerde kavel nut en waarde in verleden en toekomst bepaald. Argumenten om weg te gooien of te houden worden even makkelijk bedacht als ter zijde geschoven. Het is allemaal niet zo sterk wat we zeggen, maar stijfkoppen zijn we wel.
Uiteindelijk moet een rechter vonnis wijzen, maar die zetelt ook al in onszelf. Zijn of haar aanwezigheid en uitspraken worden regelmatig gewraakt of belachelijk gemaakt.
‘Zullen we die zogenaamde literaire thrillers, dan allemaal wegdoen?’
‘Zeker, samen met alle kookboeken. Dat ruimt lekker op.’
‘Als we alles weg doen waar jij geen verstand van hebt, word jij nooit wat wijzer.’
Het is een mooie vertoning zo’n opruiming. Het is een grimmig gevecht om de vrije ruimte. Het is geen wonder dat wij door de spullen achter deuren en deksels op te slaan, de opruiming hebben willen vermijden.
De makkelijkste spullen zijn die van onze dochter. Zij zijn achter gelaten in de verwachting bij ons een eeuwig leven te hebben. Maar nu worden zij zonder pardon uitgewezen. Niet om wat zij zijn, maar om van wie zij zijn. Af en toe wordt betwist of het spul van haar is of toch van ons. De rechter doet altijd uitspraak in het voordeel van de jeugd.
Nee, dan alle troep die van ons is. Wat heet van ons: we hebben het samen aangeschaft of ooit is het een inbreng in de prille boedel geweest. Maakt allemaal uit. Het is niet uit hebberigheid dat wij zeggenschap opeisen. Het is de emotionele binding die aan zoveel spullen kleeft en elk rationeel motief overrulet.
‘Ja, dat gaat echt niet weg.’
‘Maar je hebt er al meer dan een jaar niet naar omgekeken.’
‘Nou en?’
‘Als ik het niet gezegd had, dan had je het niet eens gemist.’
‘Waag het niet om het weg te gooien.’
Zo gaat het maar door: waar ik van roep ‘weg ermee’, noemt mijn vrouw onmisbaar; en waar zij van zegt ‘kringloop’, hang ik het label ‘marktplaats’ om. Mijn bindingsvermogen lijkt nergens op, terwijl mijn vrouw nog niet kan scheiden van een Spaanse zwervershond.
De rechtszaak begint zijn tol te heffen. Vermoeidheid bezoekt de verdediging en de rechter neemt het steeds minder nauw. Er is genoeg aan mijn nieren geproefd en het moment zit er aan te komen dat ik het allemaal wel best vind. Nog even vlammen de verwijten op:
‘Jij denkt zeker dat we drie verhuiswagens ingehuurd hebben. Het is er maar één en de rest mag je zelf met de kruiwagen doen.’
‘Waarom mag ik dat zelf niet beslissen? Waarom heb je er überhaupt een mening over.’
‘Soms praat je alsof je mij ook zo makkelijk weg zou doen.’
‘Weet je, je zoekt het maar lekker uit. Ik bemoei mij er niet meer mee. Ik heb hier helemaal geen zin in. Lekker opruimen.’

vollebakWe hebben nu even pauze, want ik ben weggelopen.
Buiten staan vier vuilniszakken, een tafel met drie poten, drie afgeladen bananendozen en een overvolle aangestampte kliko bak.

2 thoughts on “Spullen”

  1. Leuk verhaal. Herkenbaar. Laatst nog stapels stripboeken staan uit te kloppen buiten. “Flikker toch weg”, dacht ik, gehuld in een stofwolk. Zijn veel waard volgens de eigenaar.
    (Alleen niet in deze staat.)

  2. Het is, denk ik, ook overal hetzelfde liedje! En dan komt men samen tot de slotsom…wel fijn dat we samen die berg beklommen en afgebroken hebben. Je komt zo wel van he “stoffige” imago af! Jullie zijn goed bezig geweest op alle fronten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *