Twee vrienden

Ik beschouw ze beiden als mijn vrienden. Grote, magistrale vrienden, die niet ophouden er te zijn. Veel mensen kun je typeren als ‘nogal aanwezig’, een beetje druk in doen en praten, met op de achtergrond een wens dat het wat minder zou kunnen zijn, maar bij hen is dat ongepast. Zij hebben absoluut de oudste rechten: Zij zijn zoals zij zijn en het gaat niet aan hen te veranderen.

Hij is een reus met diepe rimpels. Ver boven mij uitreikend, staat hij onverzettelijk tussen zijn broeders, die al niet minder ontzagwekkend zijn. Als de zon schijnt ligt hij breeduit zich te koesteren en komt er regen neer, dan wordt hij onbedaarlijk vruchtbaar. Van alles groeit er op zijn flanken: bloemen, amandelen, olijven, sinaasappelen en de belofte van een rijpende dronkenschap. Hoe langer ik hem ken, hoe meer ik van hem weet; hoe meer hij mij geruststelt met wat mij eerder zo benauwde: zijn imposante massa en de steilheid van zijn wegen. Hij vindt het allemaal wel best, ook al gromt en dondert hij als de spanning hem te veel wordt. Soms staat hij fluitend in de wind als ik bescherming zoek, dan weer dwalen hem de tranen naar beneden, in rivieren verzamelend om naar zijn grillige vriendin te stromen.

Ik ken haar, die vriendin van hem. Het is ook mijn vriendin, hoewel met wisseling van plezier en ongenoegen. Zij kan er wat van. Meestal is zij zeer genoeglijk en ontspannen. Zij ligt dan in de zon te kabbelen en verdoet haar tijd met eb en vloed. Boten laat zij varen en al wat drijft en zwemt dat heeft haar zegen. Totdat zij er genoeg van lijkt te hebben. Dan wordt de rust haar plotseling te veel, dan gaat haar boezem woest op en neer en baart zij hoge rollers. De tomeloze golven smijt zij driftig op het strand. Steeds een stukje verder, steeds dichter bij de paviljoenen en de chiringuitos. Afwisselend spuugt en zuigt zij alle kiezels op, het gruist en bruist, de oren worden ons gewassen. Als een brutale haaibaai pakt zij de sardientjes van de grill, die haar vanochtend nog ontstolen zijn. Tenslotte dooft zij alle vuren, sleurt stoelen en tafels van terrassen, dweilt de boulevard met modder aan en dwingt de mensen tot een grote schoonmaak. En dat alles onder een wolkeloze, zonnige hemel. Na uren de branding opgestookt te hebben gaat zij weer poeslief liggen alsof er niets aan de hand is. Niet dat wij het erg vinden. Haar woedende capriolen zijn werkelijk de moeite waard, zo het al een moeite was met knabbel en een witte wijn. Ik weet dat zij verder uit had kunnen halen. Meer ellende, grotere schade en zeker natte sokken, maar zij liet dat na. Het was niet kwaad bedoeld en daarom kunnen we vrienden blijven.

3 gedachten over “Twee vrienden”

    1. Helemaal eens met Suus! Ik zou alleen zeggen: er gaat niks boven subliem dus laten we dat ‘erg’ maar weglaten 😉

  1. Zalig dit moois te lezen … een moment van zich laten meevoeren met de woorden en in het verhaal…genoten 🙂

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *