10 x 50

Ontvoerd.

Een zwarte zak werd over zijn hoofd getrokken. Hij zou een keer aan de beurt zijn.‘Precies doen wat wij zeggen’, gromde iemand. Auto in, auto uit. Hij liep onzeker, nieuwsgierig maar bang.De zak werd van zijn hoofd getrokken. De ruimte was vel verlicht en vol apparatuur.Hij herkende de producer van het programma.

Erfenis

In plaats van de Stichting Unicef, erfde ík tweeënhalf miljoen van pa.Daarna leefde ik zonder maat en mededogen. Ik loog en bedroog. Mijn vrouw en zoon verlieten mij. De hebberds en de geilaards schudden graag mijn hand. Mijn leven werd leeg. Vader, kon u niet zien dat ik het goede doel niet ben?

Citroën Ache

Zo nu en dan pakt hij zijn bestelauto met duim en wijsvinger aan het dakje vast en schuift hem voor- en achteruit. Een heel klein stukje maar, om te kijken of hij nog rijden kan. En om zijn herinneringen aan de vakanties in Frankrijk te vervoeren. Dan rijdt hij terug naar de administratie.

 

Kop eraf.

Mensen vragen hoe ik zonder kop gekomen ben. Dat komt zo: van mijn twaalfde tot mijn tweeënvijftigste heb ik nagedacht. Over van alles en nog wat heb ik mij het hoofd gebroken. Het was niet te stoppen. Ik dacht misschien als ik mijn kop eraf sla en inderdaad er kwam een einde aan.

Nietpistool

Hij was een stoere doe-het-zelver. Thuis, maar ook bij vrienden. Opgetuigd met een gereedschapsriem en spijkerschort voelde hij zich een echte Bob de Bouwer. Hamers, tangen, hingen aan zijn heup; spijkers, schroeven zaten in zijn buidel. Door een stom ongeluk met het nietpistool moest hij het timmeren van de kist aan een ander overlaten.

Couture

De klerenkast staat open, de kleding verspreid over de grond. Woedend en huilend kijkt zij naar haar exclusieve garderobe. Daar liggen dan haar Gucci’s en Céline’s. In haar wanhopige handen houdt zij haar aangevreten lievelingsjurk. De moordzucht sijpelt door haar tranen. Doodslaan wil ze hem. De mot vliegt uit de kast, de vrijheid tegemoet.

Uitweg

Het was wanhopig uit. Niets leek nog van waarde, het kon haar allemaal geen barst meer schelen. Alles bleek niet waar te zijn. Zelfs de herinneringen waren bedrieglijk geworden. Een vreselijke tussenpijn. Hij was er met Vincent vandoor gegaan. Weg van alle leugens kon hij weer ademhalen. Zoveel werd weer mogelijk. Wat een bevrijding.

Nog even

De ochtend twijfelt of hij wel vandaag zal worden. De vuilniswagen rijdt rumoerig door de straat en onvermijdelijk word ik wakker. De wekker is nog niet eens afgegaan, zo vroeg nog. Knorrig zet ik het alarm af en trek de dekens hogerop. Het kabaal rijdt verder. Op mijn kussen keert de rust terug.

Tweestrijd

Het is gissen wat er in de slaapkamer van mijn ouders gebeurt. Mijn vriendjes zeggen het te weten, maar mijn ouders neuken echt niet. Het schijnt een paradijs te zijn. Soms hoor ik schreeuwen, slaan en huilen in dat paradijs. Kan dat? In dezelfde kamer, in hetzelfde bed? Mijn vader en moeder kunnen dat.

Fast food

Een jonge merel probeert een liedje te fluiten. Het klinkt zo onbezorgd, helemaal klaar voor een tienjarige toekomst. De rollende zang van een mannetje verandert plotsklaps in een krassend alarm. Een schaduw valt naar beneden, donkerbruine donsjes dwarrelen in het rond. Met de toekomst in zijn klauwen vliegt de valk naar zijn nest.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *