El estado de cosas

Als je niet beter zou weten zou je kunnen denken dat aan mijn schrijven een plotseling einde is gekomen. Maandenlang heb ik langs dit kanaal niets van mij laten lezen, terwijl zo zou je zeggen, er toch genoeg te melden moet zijn. Al was het maar een antwoord op de in corona tijd prangende vraag ‘Hoe is het er nu mee?’ Toch is het er niet van gekomen. Onze verhuizing naar Spanje, het regelen van alles en nog wat, de karweien in en om het huis en een verlangen om af en toe even te gaan zitten en te genieten van het hier zijn, dat en meer heeft mij van het schrijven afgehouden. Maar mijn goesting om te schrijven is allesbehalve dood. In de bosjes van alledag ligt mijn papieren tijger geduldig te wachten op een geschikt moment om een smakelijk onderwerp te bespringen en mij ermee te voeden. Het begin van een nieuw verhaal. Zover is het echter nog niet.

Tot voor kort hebben wij in een vrij luxueuze quarantaine gezeten. Met een handje vol mensen leven wij in een relatieve veiligheid op onze berg We houden genoeg afstand om ons veilig te wanen en hebben genoeg aardige mensen in de buurt om ons niet aan het lot overgelaten te voelen. Als het zo uitkomt maken we een kort praatje of groeten elkaar met een handgebaar of woord. De verdere uitgroei van prille vriendschappen moeten we nog aan de toekomst overlaten, hoewel wij ons soms aan een kop koffie en of een glas wijn met onze directe buren wagen. Hoe gevaarlijk kan dat zijn? Maar wel heel gezellig.

Inmiddels mogen we weer volop boodschappen doen en zelfs af en toe, onder strikte regels een terrasje aan het strand pakken. Een zee van rust, kalme golfjes en parkeerplaatsen. Bij meer dan 30 graden. Handschoenen, ontsmettingsgel en gezichtsmaskers altijd onder handbereik. Onherkenbaar voor elkaar probeert iedereen het beste ervan te maken.

Waar zijn alle protesten tegen die onherkenbaarheid gebleven? Samenleven zou toch onmogelijk worden als je niet eens het gezicht van de ander kan zien. Ik heb nog geen denigrerende opmerking gehoord over al die gezichtsmaskers (ook wel eufemistisch mondkapje genoemd). Allemaal tot zwijgen gebracht door dictator corona.

Nu weer verder: Verbouwing en onderhoudswerkzaamheden hebben lange tijd stilgelegen, dus we bivakkeren al enige maanden in onze geïmproviseerde garage-keuken Dat moet en zal niet al te lang meer duren. Wendelien weet daar toch nog heerlijke maaltijden te bereiden, terwijl ik mij verberg achter de beperkingen van het gereedschap. De BBQ daarentegen is heel traditioneel mijn terrein.

De uitbouw van de keuken is gerealiseerd, de prachtige Spaanse tegels moeten er nog even in gelegd worden en dan mag de nieuwe keuken zijn plaats tussen de keurig geschilderde muren innemen. Oude en nieuwe apparatuur zullen naast elkaar een prachtig keukenstel vormen, waar we nog veel plezier aan kunnen beleven. Wij zien ernaar uit.

Toen het verbouwingsstof een rustplaats had gevonden, rolde de vleugel van Wendelien ook binnen. Het meest verlangde staat weer in de kamer en Wendelien speelt alsof zij het maanden heeft moeten missen en dat is ook zo. Quinten en ik genieten weer van de mooie (Spaanse) pianostukken en toets voor toets keert de souplesse terug. Ook al iets waardoor het hier ons thuis aan het worden is. Nu de geluidsapparatuur nog aansluiten en dan verzorgen wij des gevraagd muziek voor het hele dal.

Dankzij de Spaanse mensen hier in huis, de Spaanse radio en tv, de niet aflatende hoeveelheid termen en productnamen die wij moeten kennen en het dagelijkse portie

‘Beter Spaans Leren’ verbetert onze Spaanse taalvaardigheid van halve naar volle zinnen. Zo gauw onze boeken zijn uitgepakt zullen we aandacht besteden aan de grammaticale regels. Soms, wanneer ons brein vertraagt en het geheugen ons in de steek laat, wordt ons een vreemd mengsel van Spaans, Engels, Duits en Nederlands aangeboden. Niet altijd kunnen wij het voor ons houden en bemoedigend kijken we elkaar dan aan en zeggen dat durven praten net zo belangrijk is dan kunnen praten.

De vaste ankers in ons leven hier zijn de dagelijkse wandelingen met Quinten (hij zal aan het eind zelf ook nog wat schrijven), de controle van PH-waarde en chloorgehalte van het zwemwater (nooit gedacht dat ik mij daar druk over zou maken) gevolgd door een duik of bommetje. De tuin is met minimaal een uurtje per dag een werkplaats van licht therapeutische aard. Voor wat weet ik niet, maar het helpt wel. De maaltijden in de schaduw, de ochtendkoffie, het drankje met tapas in de middag en het laatste drankje bij de ondergaande zon, geven structuur aan de dag, maar niet fanatiek.

Mocht je prachtige berg- en wolkenformaties, grootse uitzichten, roofvogels op hun vlucht, ongeëvenaarde kleurenpaletten, een heldere sterrenhemel en een meer dan volle maan bewonderen, dan waan je je hier in een natuurlijk omniversum.

Maar missen jullie dan helemaal niets van het vaderland? Nou van dat vaderland niet zoveel, maar wij missen onze lieve vrienden(groepjes) en familieleden, de herkenning van anderen en de vertrouwdheid van gebruiken en gewoonten al dan niet verbonden met het Nederlandse klimaat. Ja, dat geloof je niet, maar ik blijk ook gehecht aan bepaalde Nederlandse klimaateigenschappen. Wendelien niet zo.

Ik kijk uit naar een geweldige plensbui, maar meer dan zeldzame wolken zie ik hier niet. Ik mis mijn fiets en wij verlangen naar het bos en zijn bewoners.

Of wij onze goed georganiseerde gezondheidszorg zullen missen zal nog moeten blijken. Wie onze nieuwe tandarts, onze nieuwe huisarts en onze specialisten worden weten wij nog niet, maar dat is wel een puntje van onzekerheid dat wij nog heel lang willen behouden.

Spijt hebben wij nog van niets gehad. Wij zijn wel dingen tegengekomen die wij niet verwacht hadden of moeilijker bleken dan gedacht. Ons aanpassingsvermogen is goed ontwikkeld en dat helpt enorm. Over het algemeen zijn de Spanjaarden prettige mensen om mee om te gaan (wisten we eigenlijk al, maar de dagelijkse praktijk heeft het weer bewezen).

Als alles een beetje op orde is hoop ik weer verhalen te gaan schrijven. Wanneer dat zal zijn?

In ieder geval mañana.

‘De baas vroeg mij ook iets te schrijven en ik gehoorzaam hem. Ze hebben mij meegenomen naar Spanje en begrijp mij goed, ze verzorgen mij prima, maar het is hier veel te warm. Mijn vacht laat nog niet los dus ik loop eigenlijk nog met mijn winterjas rond. De straten zijn te heet en ik heb soms de blaren bijna op mijn poten. Drinken, drinken roepen zij de hele tijd en soms dreigen ze mij het zwembad in te gooien. Gelukkig ben ik niet gek en ik zie gemakkelijk wanneer zij dat van plan zijn en dan ben ik weg natuurlijk. Nou ik ga niet klagen, maar het is wel duidelijk hoe het met me is en waar ik liever was gebleven. Maar ik kan en wil niet meer anders dan in hun buurt zijn. Het lot van een hond met lieve baasjes.’ Quinten.

Pero un perro..

Ik was er niet voor en ik was er niet tegen. Ik ga gewoon mee. Naar mijn mening wordt wel gevraagd, maar niemand verwacht een antwoord en daarom geef ik het ook niet. Een beetje verbaasd de baasjes aankijken, daar blijft het vaak bij. Blijkbaar is dat ook voor hen voldoende, want volgend op hun vertedering over de blik in mijn ogen, doen zij gewoon hun eigen zin. Die overigens nog weleens wil wisselen. Na weken van slepen met hun spullen, waarbij ik mijn eigen kussen, bak en voer nog redelijk uit hun verhuizende handen kon houden, verlieten wij ons huis en togen naar elders. Eerst naar Doetinchem, maar al ras naar het zuiden, naar Spanje. Ik weet dat omdat zij mij al eens eerder dat kunstje hebben geflikt, maar toen waren wij na negen maanden terug op ons nest. Het heeft er alle schijn van dat zij dit keer een verhuizing hebben gearrangeerd die onherroepelijk is. Ik kreeg dat idee ook omdat zij mij uitgebreid de gelegenheid gaven om afscheid te nemen van Suusje, die leuke meid van de overkant. Een foto, meer heb ik van haar niet overgehouden,. Maar ik klaag niet, want mijn hang naar avontuur is groter dan mijn bindingsbehoefte. Ook al is het teefje nog zo leuk en aanhankelijk.

Terug naar de achterbank waarmee ik over de snelwegen joeg. Voorheen redelijk comfortabel, maar nu niet meer dan de Spartaanse bankjes in een derde klas treincoupé. Tegen twee gruwelijk harde koffers aanhangen is niet bepaald gerieflijk. Gelukkig deden de baasjes het rustig aan. Geen gejakker: één overnachting in Frankrijk, twee overnachtingen in Spanje, waarbij ik het verblijf in de Pyreneeën werkelijk geweldig vond. Prachtig uitzicht en plenty bomen om tegen aan te piesen. Zwaar bewolkte luchten vind ik prachtig en ik kick op grote bergen, waar mijn eigen hopen bij in het niet vallen.

Voort ging de reis. Aan de warmte was niet te ontkomen en meestentijds lag ik een beetje stijf en versuft op de achterbank te dommelen. Mijn aanwezigheid vervaagde in het vrolijke gekwetter van W&M over hun toekomstige lotgevallen. Als ik het moest geloven zou er een wereld open gaan. Met een half oor en een glimlach op mijn snoet hoorde ik hun optimistische vooruitzichten aan. Ik probeer ze een voorbeeld te geven door genoegen te nemen, zelfs tevreden te zijn met hoe en wat er is, maar het zit er gewoon niet in bij mensen.

Aangekomen in de Axarquía konden we meteen een villa bewonen in Salobreña. Hadden zij allemaal al van te voren geregeld. Prima huis in een zogenaamde ‘urbanizacíon’, wat een eufemisme is voor veel huizen bij en naast elkaar. In dit geval tegen de berg aan. Relatief weinig tuin en veel muren langs de weg, maar met een prachtig uitzicht op zee. Nou ben ik niet zo’n zee liefhebber, maar al helemaal niet als het strand verboden gebied voor mij is. In de tuin van ‘villa prachtig’ mocht ik ook al niet vrijuit rennen, want daar staan weer allemaal planten die mij verschrikkelijke jeuk kunnen en hebben bezorgd. Vier keer per dag sjouwt M  de berg met mij op en neer. Normaal gesproken geneer ik mij kapot om mijn behoefte op straat te doen, maar het kan hier niet anders. Zo onopvallend mogelijk verpakt M mijn poep in een plastic zakje en brengt het keurig naar huis of afvalbak. Ik blijf het ongemakkelijk vinden, maar hij schijnt er geen moeite mee te hebben. Sterker nog hij ziet het hele ritueel als een prima conditietraining. Beneden aan de berg eet hij een appeltje met uitzicht op zee, soms zegt hij dat hij wel 20 dolfijnen heeft gezien, en dan weer berg op met een paar lastige klimmetjes. Perfect voor de beenspieren. Gelukkig heb ik vier poten en een betere conditie dan M.

Voor de rest niets dan goed over ons verblijf. W omringt mij met genegenheid en voedsel voor het lijf en ik rust veel in het dagelijkse zonnetje. Het begint nu gelukkig wat minder warm te worden (24°) en de avonden koelen de ruimten, zonder dat het herfstachtig fris wordt. Dat is wel wat anders dan in Dieren, veronderstel ik.

De afgelopen weken hebben wij overal in de buurt naar huizen gekeken. Dat wil zeggen, ik kon buiten in de schaduw aan de boom liggen, terwijl W&M vrolijk Engels koutend met de makelaar en soms de eigenaar het huis doorspitten. De ene makelaar was nog niet weg of de ander stond al weer klaar. Ik heb nog nooit in zoveel verschillende SUV’s gezeten. Berg op, berg af, over asfaltwegen en modderpaden, met ravijnen en zonder vangrail, hoogte- en dieptepunten, ik kon op het laatst geen huis meer zien en zou alles best hebben gevonden als mijn mening gevraagd zou worden. Tegen vreemde honden blafte ik nog weleens, maar zonder enige overtuiging. Ik was voortdurend op hun terrein en zelf had ik niets te verdedigen. Zo gauw we terug waren in de Volvo begon de evaluatie van het bezoek aan Engelsman zus en Zweed zo. Voor en tegens werden uitgewisseld en de eerste voorkeuren werden in de week gezet, klaar om voor onenigheid te zorgen. Wonderlijk genoeg viel dat in de praktijk wel mee. Gelukkig heb ik er weinig verstand van en leef ik niet meer dan vijf minuten voor- en achteruit. Dat zouden W&M ook wat meer moeten doen.

Hoewel ik erbij blijf dat je eerst moeten blaffen en daarna kunt zien of er plaats is voor een vriendschap, maken W&M al bij het minste geringste contact een begin van vrienden. Meestal gaat dat via mij. De mensen vinden mij cute en quapo en dan is het gesprek snel op gang gebracht. Soms moet ik dan kennismaken met de hond van de vreemdelingen, een Corgi, Engelse bulldog of een ‘geredde’ Podenco . Ja, het zijn mijn merken niet, maar de baasjes vinden het fijn als ik aardig tegen ze doe. Ze heten Rosie, Paco of Berta maar ze halen het niet bij Suusje.

Enfin, de prachtige ochtenden en avonden verstrijken, de dagen stranden in schilderachtige schoonheid en de zee ligt onverstoorbaar van bergvoet tot kim.

Wij gaan verder en misschien een volgend keer vanuit een eigen huis.

Porque ir?

Het werd tijd om de twee rozen te verpotten en de pot op een andere plek te planten. De stokroos en de Spaanse roos deelden al achtentwintig jaar dezelfde aarde en nog was de grond waarin de twee verenigd waren, niet schraal of zuur te noemen. Hoewel minder frequent kwamen steeds nieuwe knoppen tot bloei, die hun kleur en geur met vrienden en buren deelden. Al dan niet wilde scheuten kwamen en gingen. Slechts één overleefde het strenge snoeiregime en is als pioenroos een eigen leven gaan leiden. En succesvol.

Nou zeggen veel mensen, ook zij die er verstand van hebben, dat je rozen in hun eigen pot moet laten staan en ze niet op oudere leeftijd uit hun vertrouwde aarde moet halen. De wortels vormen een ingewikkeld stelsel dat de rozen door de jaren heen verbonden en gevoed heeft. Dat stelsel kun je makkelijk bij het verpotten beschadigen en dat levert zeker geen langer of beter leven op voor de rozen.

Andere deskundigen zijn het tegenovergestelde van mening. Vooral de oudere rozen zijn gevoelig voor schimmelziekten die vaak in de potgrond genesteld zijn. Juist het snoeien en verpotten van oude en stokoude rozen levert kracht en nieuw elan voor de bloei op. Anders dan vele andere bloemen en planten wortelt de roos niet in de breedte, maar in de diepte. Bereiken de rozen het dieptepunt van hun pot dan stopt hun groei en juist dan zal een totale verplanting hen ten goede kunnen komen. Natuurlijk is een dergelijke aanpak niet zonder risico en er zijn ook rozen die deze transitie niet overleven. Doen zij dat wel (en dat is voor een groot deel ook afhankelijk van het karakter van de roos) dan groeit er altijd iets moois uit. Rozen houden van zon, een wijds uitzicht en een goede luchtcirculatie. De stokroos en de Spaanse roos zijn daar geen uitzondering op en dus gingen zij.